In de ouderenzorg is het lange tijd vanzelfsprekend geweest: de zorgmedewerker doet de zorg, de welzijnsmedewerker het welzijn, en de interieurverzorger maakt schoon. Ieder zijn vak, ieder zijn taak. Bij Liemerije laten we die indeling los. Niet omdat de vakken er niet toe doen, maar omdat de bewoner er weinig aan heeft dat wij het werk rond de afdeling in stukjes hebben geknipt.
Eén rol: allemaal leefbegeleider
Wie bij een bewoner thuis te gast is, denkt niet in taakgebieden. Je helpt bij het opstaan, je dekt samen de tafel, je maakt een praatje, je ruimt op, je loopt een rondje mee naar buiten. Het gewone leven laat zich niet opdelen in zorg, welzijn en facilitair.
Daarom gaan we op de afdeling werken met één gedeelde rol in plaats van gescheiden functies: die van leefbegeleider. Of je nu woonbegeleider, huiskamermedewerker of interieurverzorger bent, je draagt allemaal bij aan een waardevolle dag voor bewoners. De taken die bij het gewone leven horen, inclusief ondersteuning bij het dagelijks leven, worden van ons allemaal. De schotten tussen zorg, welzijn en interieurverzorging bestaan in die zin straks niet meer.
Ontschotten betekent niet: iedereen is hetzelfde
Hier komt een misverstand om de hoek dat we graag wegnemen. Want als iedereen dezelfde rol heeft en samen alle taken oppakt, hoe maak je dan nog verschil tussen medewerkers? Dat verschil is er namelijk wel, en dat blijft ook zo. Je hebt nu eenmaal medewerkers met uiteenlopende opleiding, ervaring en zelfstandigheid, en dat gegeven verdwijnt niet als je de schotten weghaalt.
Het punt is dat we dat verschil ergens anders leggen dan vroeger. Niet in wát je doet, maar in de verantwoordelijkheid die je draagt. We onderscheiden vier niveaus, van A tot en met D, met elk een eigen zwaartepunt. Iemand op niveau A heeft de focus op nabijheid en draagt bij aan een betekenisvol dagelijks leven. Naarmate je naar D beweegt, neemt de mate van zelfstandigheid, het omgaan met complexere situaties en het ondersteunen van collega's toe. De rol is gelijk; de verantwoordelijkheid verschilt. Zo is voor iedereen, bewoner én medewerker, uitlegbaar wie waarop aanspreekbaar is, zonder dat we de oude schotten via een achterdeur weer binnenhalen.
Ruimte voor anders geschoolden
Juist deze manier van werken maakt iets mogelijk waar veel zorgorganisaties naar op zoek zijn: ruimte voor collega's met een andere achtergrond. Mensen die niet vanuit een zorgopleiding komen, maar wel levenservaring, andere talenten en een eigen kijk meebrengen. Zij krijgen, net als hun collega's, de rol van leefbegeleider, en worden ingeschaald op hetzelfde A-tot-D-raamwerk.
Dat is geen noodgreep vanwege het personeelstekort, al helpt het daar wellicht wel bij. Het is een overtuiging: een team dat uit verschillende soorten mensen bestaat, sluit beter aan bij het leven van bewoners, dat immers ook nooit uit één soort mens bestond.
Hoe weet je wie waar past?
Dan dient zich een eerlijke vraag aan. Als je mensen niet meer op hun zorgdiploma selecteert, waar baseer je je keuze dan op en hoe schaal je ze dan in? Een mooi verhaal over talent is niet genoeg; je moet het kunnen onderbouwen.
Daarom hebben we voor de rol van leefbegeleider een competentieprofiel ontwikkeld, met thema's als lef, aandacht en verbindend communiceren. Samen met een externe partner voor talent-assessment hebben we vervolgens een talentenscan gebouwd, waarmee we kandidaten op basis van die competenties gevalideerd kunnen inschalen op het juiste niveau. Niet op onderbuikgevoel of een klik, maar onderbouwd op basis van een doordachte scan. Zo doen we recht aan wie iemand is en aan wat een team op dat moment nodig heeft.
Een begin, geen blauwdruk
Na de zomer starten we met de implementatie en met onze eerste wervingscampagne voor anders geschoolden. We weten dat deze manier van werken een vraagstuk is waar veel organisaties mee worstelen: hoe geef je anders geschoolden een serieuze plek, zonder de kwaliteit en de duidelijkheid los te laten?
Wij hebben niet het definitieve antwoord. Wel een richting waar we in geloven, en die we graag delen. Want misschien is dat de echte vraag voor de sector: durven we verschil te blijven maken op verantwoordelijkheid en competenties, in plaats van enkel op het hokje waarin iemand ooit is opgeleid met een zorgdiploma?